Home > Over de orde > Huishoudelijk reglement > Tucht

  •   

    TITEL 3 : TUCHT


  • HOOFDSTUK 1 : TUCHTPROCEDURE VOOR DE RADEN VAN DE ORDE


    Artikel 57 : Aanhangig maken bij de raden van de Orde
    Tuchtzaken worden bij de raden van de Orde aanhangig gemaakt, hetzij op klacht, hetzij ambtshalve.


    Artikel 58 : Onderzoek van de zaken
    Enkel het bureau is bevoegd om de klachten bij een raad van de Orde ingediend, te onderzoeken.


    Bij de sluiting van het onderzoek, beoordeelt het bureau de gegevens uit het dossier en beslist, op de wijze bepaald in artikel 39 van onderhavig reglement, of de feiten die uit het onderzoek zijn gebleken, de verwijzing naar de raad van de Orde verrechtvaardigen.


    Wanneer het bureau beslist de zaak zonder gevolg te laten kan het evenwel de voorzitter ermee gelasten het betrokken lid van de Orde een vermaning te geven of de opmerkingen te maken die door de gedragingen van het lid worden gewettigd. In die gevallen blijft het dossier evenwel vertrouwelijk.


    In geval van verwijzing naar de raad, wordt het dossier met de getuigenissen en de stukken van het onderzoek, samen met een afschrift van de gemotiveerde beslissing, aan de raad overgemaakt. Al de stukken van het dossier worden genummerd.


    Artikel 59 : Voorafgaande procedure voor de raad van de Orde
    § 1. Wanneer het bureau een beslissing van verwijzing heeft genomen, nodigt de raad het betrokken lid van de Orde uit om voor de raad te verschijnen op de vergadering tijdens dewelke zijn zaak zal worden onderzocht.


    In de uitnodiging wordt het voorwerp van de in beschuldigingstelling vermeld met verwijzing naar de voorschriften van de wetten, besluiten en reglementen, en wordt tevens medegedeeld dat het betrokken lid van de Orde en zijn raadsman ter plaatse inzage kunnen nemen van het dossier.


    De raad kan eveneens de klager en alle personen wier verklaringen nuttig kunnen blijken, voor die vergadering oproepen.


    § 2. Enkel de advocaat van het betrokken lid mag, onder zijn verantwoordelijkheid en op kosten van zijn cliënt, een kopie ontvangen van de dossierstukken die hij aanwijst.


    Van het dossier kan eveneens inzage worden genomen door ieder lid van de raad van de Orde dat opgeroepen werd om te zetelen in die zaak.


    § 3. De raad van de Orde kan, voor elke zaak die hij te behandelen krijgt, onder zijn leden een verslaggever aanwijzen die uitsluitend met de objectieve uiteenzetting van de gegevens van het dossier zal gelast worden.


    Artikel 60 : Recht van wraking
    De leden van de raden van de Orde kunnen gewraakt worden in de gevallen bedoeld in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek en op de manier voorzien bij artikel 38 en volgende van het Koninklijk Besluit van 31 augustus 1963.


    Artikel 61 : Verschijning
    § 1. Het lid van de Orde dat op regelmatige wijze is uitgenodigd, is gehouden persoonlijk te verschijnen op de vergadering van de raad waarvoor hij is uitgenodigd, om zijn verweermiddelen mondeling of schriftelijk te laten gelden. Hij kan zich laten bijstaan op de wijze bedoeld in artikel 24 van de wet van 26 juni 1963.


    § 2. Een lid van de Orde dat meent een wettige grond van verhindering te hebben, is gehouden daarvan onmiddellijk, en in ieder geval vóór de vergadering, kennis te geven aan de raad, met opgave van de nodige rechtvaardiging. Wordt de opgegeven reden gegrond bevonden, dan worden de debatten naar een latere zitting uitgesteld, opnieuw rekening houdend met de modaliteiten en de termijn van dertig dagen voorzien bij artikel 24, paragraaf 1, van de wet van 26 juni 1963.


    § 3. Enkel in geval van overmacht of op basis van een geneeskundig attest, kan aan de raadsman van betrokkene bij uitzondering toelating gegeven worden om in afwezigheid van betrokkene, zijn middelen van verdediging te laten gelden.


    § 4. Uitspraak bij verstek wordt gedaan ten overstaan van een lid van de Orde of van elke persoon gemachtigd om het beroep van architect uit te oefenen die, hoewel op regelmatige wijze opgeroepen, niet verschijnt en geen reden van verhindering inroept, of wiens reden van verhindering door de raad niet gegrond wordt bevonden.


    Artikel 62 : Debatten
    § 1. De debatten hebben plaats in openbare zitting. Op uitdrukkelijk verzoek van de persoon die het voorwerp uitmaakt van de tuchtprocedure kunnen de debatten evenwel worden gehouden met gesloten deuren indien zulks gepast voorkomt.


    § 2. De voorzitter leidt de debatten. Hij verleent het woord, stelt de vragen, legt de incidenten bij en sluit de debatten.


    § 3. Het lid van de Orde dat verschijnt, alsmede zijn raadsman, zijn op de gehele behandeling ter zitting toegelaten.


    § 4. De leden van de raad van de Orde horen eerst de uiteenzetting van de zaak. Zij horen de eventuele getuigen en deskundigen, de partijen en hun raadslieden, en verrichten tenslotte alle taken die nuttig zijn voor het aan het licht brengen van de waarheid.


    § 5. Iedere getuige kan zijn verklaringen onder eed afleggen, maar in geen geval kan een getuigenis onder eed worden geëist. De verklaringen worden opgetekend en de tekst ervan wordt aan de partij die de verklaring heeft afgelegd voorgelezen. Deze wordt vervolgens verzocht het stuk te ondertekenen, samen met de voorzitter en de secretaris. Een kopie van het stuk wordt aan de getuige overhandigd.


    § 6. In geval de debatten niet kunnen beëindigd worden in één zitting, stelt de raad van de Orde de zaak voor verdere behandeling uit naar een volgende vergadering. Tijdens deze vergadering dienen de debatten te gebeuren voor de raad van de Orde, samengesteld uit dezelfde leden.


    Indien, wegens een gebiedende reden, de raad van de Orde niet op dezelfde wijze kan samengesteld worden, dienen de debatten volledig hernomen te worden.


    Artikel 63 : Beraadslagingen
    De beraadslagingen zijn geheim.


    De raad beraadslaagt derhalve buiten de aanwezigheid van het lid dat het voorwerp uitmaakt van een tuchtprocedure, zijn verdedigers, de klager en de getuigen.


    Artikel 64 : Tuchtbeslissingen
    § 1. De raad beslist terstond of op een latere zitting, die zoveel mogelijk moet gehouden worden binnen de maand. In dit laatste geval beslist hij de zaak in beraad te houden, en de uiteindelijke beslissing mag slechts genomen worden door de raad, samengesteld uit dezelfde leden die aan al de debatten deelnamen, behoudens toepassing van artikel 54, paragraaf 6, van onderhavig reglement.


    § 2. In geval de raad oordeelt niet over de nodige beoordelingselementen te beschikken, kan hij tot een heropening van de debatten beslissen met het oog op een door hem te verrichten aanvullend onderzoek.


    § 3. Indien de raad van oordeel is een disciplinaire tuchtstraf te moeten toepassen kan hij geen andere uitspreken dan deze door de wet voorzien.


    § 4. Indien de raad van oordeel is dat de feiten geen tuchtstraf rechtvaardigen, kan hij niettemin de voorzitter gelasten aan de betrokkene mondeling een vermaning te geven.


    § 5. Ieder lid van de raad dat zitting had in een tuchtprocedure, is verplicht aan de stemming deel te nemen.


    § 6. De uitspraak van de tuchtbeslissingen moet steeds in het openbaar plaatshebben.


    Artikel 65 : Sententies
    § 1. De eindbeslissingen in tuchtzaken maken het voorwerp uit van een sententie. Deze laatste moet met redenen omkleed zijn, en moet verwijzen naar de wettelijke en reglementaire beslissingen waarop zij is gesteund.


    § 2. De sententie vermeldt dat het door de wet voorziene quorum is bereikt.


    § 3. De sententies vermelden in fine: "Uitgesproken in openbare zitting op ...".


    § 4. De sententie dient ondertekend door alle leden van de raad die aan de debatten hebben deelgenomen en de beslissing hebben genomen.


    Artikel 66 : Notulen
    Alle beraadslagingen van de raad in tuchtzaken worden vermeld in de notulen van de vergadering.


    De notulen vermelden onder meer de namen van de aanwezige leden, de genomen beslissingen en de uitslag van de stemmingen; zij vermelden, in voorkomend geval, dat de debatten in het openbaar plaatsvonden; zij vermelden altijd dat de uitspraak in het openbaar plaatsvond.


    Zij moeten ondertekend worden door de voorzitter en de secretaris.


    Artikel 67 : Kennisgeving
    Van de sententies in tuchtzaken wordt onmiddellijk bij aangetekende brief kennis gegeven aan het betrokken lid van de Orde, alsmede aan de Nationale Raad. De aangetekende brief, gestuurd aan het betrokken lid van de Orde, moet vergezeld zijn van een bericht van ontvangst.


    Artikel 68 : Verhaal
    In geval van hoger beroep, ingesteld door het betrokken lid van de Orde of door de Nationale Raad, wordt het dossier, samen met een inventaris van de stukken, aan de bevoegde raad van beroep overgemaakt. In geval van verzet, wordt de zaak door de raad opnieuw behandeld, volgens de procedure omschreven in de voorgaande artikelen onder hoofdstuk II, afdeling 5.


    Artikel 69 : Verplichtingen volgend uit een beslissing tot schorsing of schrapping
    Wanneer een tuchtstraf van schorsing of schrapping door de raad van de Orde is uitgesproken en in kracht van gewijsde is gegaan voor al de partijen, is de betrokkene ertoe gehouden binnen de maand na de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, aan de raad een lijst te doen toekomen van de lopende opdrachten omvattende het opmaken van plans of de controle op de uitvoering van werken waarvoor een bouwvergunning vereist is.


    De betrokkene is er eveneens toe gehouden alle nodige maatregelen te treffen opdat zijn opdrachtgevers geen nadelige gevolgen zouden ondergaan wegens de onmogelijkheid waarin hij tijdelijk dan wel definitief verkeert om bedoelde opdrachten uit te voeren.


    De aandacht van de betrokkene wordt gevestigd op zijn burgerlijke en strafrechtelijke verantwoordelijkheid zo hij niet aan die verplichtingen voldoet.


    Wat betreft de bezoldigden en de ambtenaren dient de geschorste architect aan zijn raad het bewijs voor te leggen dat hij zijn werkgever heeft verwittigd van zijn tijdelijke onmogelijkheid het beroep van architect uit te oefenen. In geval van schrapping zal de raad van ambtswege de werkgever ervan in kennis stellen dat de betrokken architect niet meer ingeschreven is op het tableau of op de lijst van stagiairs.


    Artikel 70 : Bekendmaking van de beslissingen
    § 1. De sententies mogen aan niemand worden meegedeeld, met uitzondering van hetgeen in de wetten, besluiten en reglementen is voorzien.


    Zij mogen evenwel, op voorwaarde dat de identiteit van de betrokkene onbekend blijft, opgenomen worden in de verzamelingen van de rechtspraak van de Orde.


    § 2. Ingeval een beslissing van schorsing of schrapping in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de tekst van de beslissing door de raad van de Orde medegedeeld:


    -aan de procureur-generaal van het hof van beroep in wiens rechtsgebied de betrokkene de zetel van zijn activiteit heeft.


    De gevolgen van de genomen beslissing, zoals voorzien in artikel 21, paragraaf 1, van de wet van 26 juni 1963, zullen meegedeeld worden:


    -aan de gouverneur van de provincie waar de betrokkene gehuisvest is;


    -aan de directeur-generaal en aan de directeur van de dienst van stedenbouw en ruimtelijke ordening van de provincie waar de betrokkene zijn zetel van activiteit gevestigd heeft;


    -aan de werkgever, zowel van de openbare als van de privé-sector, naar gelang de betrokkene ambtenaar of bezoldigde is.


    § 3. De provinciale raden kunnen, bij monde van een lid van hun bureau, mondeling en met de vereiste discretie, de klager inlichtingen verstrekken aangaande het gevolg dat aan zijn klacht werd gegeven;
    die inlichtingen kunnen slechts verschaft worden nadat de sententie in kracht van gewijsde is getreden of na seponering.




    HOOFDSTUK 2: PROCEDURE VOOR DE RADEN VAN BEROEP


    Artikel 71 : Voorafgaande procedure voor de raden van beroep

    § 1. Zodra een hoger beroep is ingesteld, meldt de griffier van de raad van beroep dit schriftelijk en gelijktijdig aan de Nationale Raad en aan de betrokken raad van de Orde, van wie hij het dossier der rechtspleging vordert.


    De stukken die in kopie aan de raad van beroep worden overgemaakt, worden door de secretaris van de raad van de Orde voor gelijkvormig verklaard. De schriftelijke mededeling aan de Nationale Raad wordt, in dringende gevallen, voorafgegaan door een telefonische mededeling, teneinde de Nationale Raad in de mogelijkheid te stellen eventueel het hoger beroep te volgen.


    § 2. Minstens dertig dagen vóór de datum van het verschijnen, nodigt de griffier van de raad van beroep het betrokken lid van de Orde uit om te verschijnen vóór de raad van beroep tijdens de zitting die deze laatste aanduidt. Hij nodigt eveneens de andere partijen uit die beroep hebben ingesteld.


    De oproeping vermeldt het voorwerp van de verschijning en stelt het betrokken lid van de Orde ervan in kennis dat het dossier door hemzelf en zijn raadsman kan geraadpleegd worden, zonder het te verplaatsen.


    Op vraag van de voorzitter kan de griffier eveneens de klager en alle getuigen, wier aanwezigheid nuttig kan zijn, uitnodigen op de betreffende zitting.


    § 3. Enkel aan de advocaat van het betrokken lid, en op de verantwoordelijkheid van deze advocaat, geeft de griffier van de raad van beroep een kopie der genummerde stukken die de advocaat aanduidt.


    De kosten van deze kopieën zijn ten laste van het betrokken lid.


    Tevens mag het dossier geraadpleegd worden door elk lid van de raad van beroep dat opgeroepen is om zitting te hebben.


    Artikel 72 : Verschijning
    § 1. Het lid van de Orde dat regelmatig werd opgeroepen, dient in persoon te verschijnen indien het zijn verweermiddelen wil laten gelden.


    Het mag zich laten bijstaan op de wijze voorzien in artikel 24, § 3, van de wet van 26 juni 1963.


    § 2. Indien het lid, vóór de zitting, aantoont dat het hem onmogelijk is in persoon te verschijnen, kan het van de raad van beroep toestemming krijgen om zich te doen vertegenwoordigen door een advocaat, houder van de stukken. De raad van beroep kan te allen tijde de verschijning in persoon bevelen, maar met inachtneming van de modaliteiten en van de termijn van dertig dagen.


    § 3. Uitspraak bij verstek wordt gedaan ten aanzien van het lid van de Orde of enig persoon die in toepassing van artikel 8 van de wet van 26 juni 1963 gemachtigd werd om het beroep van architect uit te oefenen, die, alhoewel regelmatig uitgenodigd, niet verschijnt en geen grond van verhindering inroept of wiens grond van verhindering door de raad van beroep niet als gewettigd wordt erkend.


    Artikel 73 : Debatten
    De raad van beroep hoort het verslag van de voorzitter of van een ander door de voorzitter aangeduid lid-raadsheer.


    De voorzitter leidt de debatten, geeft het woord, stelt de vragen en sluit de debatten. Mits voorafgaande toelating van de voorzitter mogen ook de leden vragen stellen.


    De debatten hebben plaats in openbare zitting. Op uitdrukkelijk verzoek van de persoon die het voorwerp uitmaakt van de tuchtprocedure kunnen de debatten evenwel worden gehouden met gesloten deuren, indien zulks gepast voorkomt.


    Artikel 74 : Beslissingen
    § 1. De beslissingen worden genomen met de meerderheid van de stemmen der aanwezige leden, behalve in de gevallen waarin de raden van beroep één van de volgende beslissingen nemen, waarvoor de twee derden van de stemmen der aanwezige leden vereist zijn:


    a) weigering van inschrijving op een lijst van stagiairs of op een tableau van de Orde, of weigering van machtiging tot uitoefening van het beroep van architect door een persoon zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 26 juni 1963;


    b) tuchtstraf van intrekking van de machtiging bedoeld onder a) hierboven;


    c) tuchtstraf van schorsing of schrapping;


    d) verlenging van de stage, of weglating van de lijst van stagiairs.


    In geval van staking van stemmen, is de te nemen beslissing deze welke het gunstigst is voor de geïnteresseerde.


    § 2. De beslissingen betreffende de hogere beroepen tegen de uitslagen van de stemming met het oog op de samenstelling van de raad van de Orde, moeten genomen worden binnen de vijftien dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven dat het beroep inhoudt.


    § 3. De uitspraak inzake tuchtbeslissing moet steeds in openbare zitting plaatshebben.


    Artikel 75 : Tuchtbeslissingen
    De beslissingen worden met redenen omkleed.


    De leden die aan de debatten en aan de beraadslaging hebben deelgenomen zijn ertoe gehouden, samen met de griffier, de sententies te ondertekenen.


    De tuchtbeslissingen vermelden in fine: "Uitgesproken in openbare zitting op ..."


    Artikel 76 : Kennisgeving
    § 1. De beslissingen worden onmiddellijk per aangetekend schrijven aan het betrokken lid van de Orde en aan de Nationale Raad ter kennis gebracht.


    De beslissingen die in kracht van gewijsde gegaan zijn, worden op dezelfde wijze medegedeeld aan de Minister van Middenstand.


    § 2. Tegelijkertijd met de door artikel 25 van de wet van 26 juni 1963 opgelegde betekeningen, maakt de griffier van de raad van beroep aan de betrokken raad een kopie over van de beslissing van de raad van beroep.


    Artikel 77 : Verhaal
    § 1. Bij verstek gewezen beslissingen zijn vatbaar voor verzet, in de vormen en binnen de termijnen bepaald door artikel 26, 1ste, 2de en 3de lid, van de wet van 26 juni 1963.


    § 2.

    De eindbeslissingen van de raden van beroep kunnen voor het hof van cassatie gebracht worden volgens de voorwaarden gesteld in artikel 33 van de wet van 26 juni 1963, gewijzigd door artikel 67, 3de lid, van de wet van 15 juli 1970 en door artikel 30 van de wet van 10 april 2014, meerbepaald binnen de termijn van twee maanden, vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing.


    De rechtspleging betreffende het cassatieberoep wordt geregeld door de artikels 1073 tot 1121/5 van het Gerechtelijk Wetboek.


    § 3. De aanvangsdatum van de termijnen van verhaal wordt bepaald door artikel 26, laatste lid, van de wet van 26 juni 1963.


    § 4. Wanneer een beslissing van een raad van beroep in kracht van gewijsde is gegaan, geeft de griffier daarvan kennis aan de betrokken raad en zendt het dossier van de zaak terug aan deze laatste.


    Artikel 78 : Bekendmaking van de beslissingen
    Wanneer een beslissing van schorsing of van schrapping door de raad van beroep in kracht van gewijsde is getreden, deelt de griffier deze mede aan:


    de procureur-generaal bij het hof van beroep waar de betrokkene de zetel van zijn activiteit heeft;


    aan de gouverneur van de provincie waar de betrokkene gehuisvest is;


    aan de directeur-generaal en aan de directeur van de provinciale dienst van stedenbouw en ruimtelijke ordening van de provincie waar de betrokkene de zetel van zijn activiteit gevestigd heeft;


    aan de werkgever, zowel van de openbare als van de privé-sector, naargelang de betrokkene
    ambtenaar of bezoldigde is.


    In geval een beslissing tot schorsing of schrapping slechts in kracht van gewijsde is gegaan wegens de verwerping van het cassatieberoep, geschieden de bovenbedoelde mededelingen, alsmede het bericht aan de betrokken raad en de terugzending van het dossier, slechts nadat op verzoek van de Nationale Raad, het arrest van het hof van cassatie aan de betrokkene is betekend bij gerechtsdeurwaarder.