Home > Over de orde > Huishoudelijk reglement > Organen van de Orde

  •   

    TITEL 2 : ORGANEN VAN DE ORDE


  • De organen van de Orde worden geregeld in Hoofdstuk II, artikels 6 tot 40, van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van Architecten.



    HOOFDSTUK 1: PROVINCIALE RADEN VAN DE ORDE


    Artikel 21 : Samenstelling
    De samenstelling van de raden van de Orde geschiedt overeenkomstig de artikelen 9 en 12 van de wet van 26 juni 1963 en artikel 1 van het koninklijk uitvoeringsbesluit van 31 augustus 1963.


    Artikel 22 : Effectieve leden
    Iedere raad van de Orde bestaat uit effectieve leden wier statuut bepaald is door de wet van 26 juni 1963, wat betreft de voorwaarden van verkiesbaarheid (artikel 11), wijze van verkiezing (artikelen 9 en 10), de duur van hun mandaat (artikel 11), hun ontslag (artikelen 9 en 43), vervanging (artikel 9), verval (artikelen 44 en 45) en de in voorkomend geval op te leggen straffen (artikel 45).


    Artikel 23 : Plaatsvervangende leden
    Iedere raad wordt aangevuld met plaatsvervangende leden wier statuut eveneens door de wet van 26 juni 1963 wordt vastgesteld, wat betreft de voorwaarden van verkiesbaarheid (artikel 11), hun verkiezing (artikel 9), de voorrang (artikel 16), de duur van hun mandaat (artikel 11), hun ontslag (artikel 43), vervanging (artikel 9), verval (artikelen 44 en 45) en de in voorkomend geval op te leggen straffen (artikel 45).


    De voorrang wordt bepaald naar de maatstaven voorzien in artikel 9 en artikel 16 van de wet van 26 juni 1963. Voor de gevallen voorzien in artikel 9 dient de vervanging te gebeuren door een plaatsvervangend lid, bij dezelfde verkiezing verkozen als het lid dat hij vervangt. In alle andere gevallen dan deze voorzien in artikel 9 en in toepassing van artikel 16 dient, om het quorum te bereiken, de tijdelijke vervanging te gebeuren in de volgorde van het aantal bij de verkiezingen behaalde stemmen zonder onderscheid van de verkiezing bij dewelke het plaatsvervangend lid verkozen werd. In geval van gelijk aantal stemmen wordt de voorrang bepaald door de anciënniteit en bij gelijke anciënniteit, door de leeftijd.


    De plaatsvervangende leden zoals bepaald in artikel 16, mogen geen zitting hebben dan om het door de wet van 26 juni 1963 vereiste quorum te bereiken.


    Artikel 24 : Gedeeltelijke vernieuwing en verkiezingen
    § 1. De effectieve en plaatsvervangende leden van de Raad van de Orde worden voor een termijn van zes jaar gekozen onder de leden van de Orde, met inachtneming van de modaliteiten voorzien in de artikels 10 en 11 van de wet van 26 juni 1963 en in de artikels 2 tot 31 van het koninklijk besluit van 31 augustus 1963. De raad wordt om de drie jaar voor de helft vernieuwd. De leden mogen achtereenvolgens niet meer dan twee mandaten uitoefenen.


    § 2. In toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit van 31 augustus 1963 wordt iedere verkiezing wordt gehouden op datum en uren vastgesteld door de voorzitter van de Nationale Raad, en met inachtneming van de door de Nationale Raad gegeven richtlijnen.


    Artikel 25 : Bestuur van de raden en functies
    Bij de eerste vergadering na de verkiezingen en binnen de termijn bepaald in artikel 29 van het Koninklijk Besluit van 31 augustus 1963, kiest elke raad onder zijn effectieve leden een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris.


    De werking van de provinciale raden is geregeld door de wet van 26 juni 1963 en wordt, met uitzondering van de tuchtprocedure, hernomen in het Huishoudelijk Reglement van elke afdeling.


    Artikel 26 : Rechtskundig assessoren en plaatsvervangend rechtskundig assessoren
    Krachtens artikel 13 van de wet van 26 juni 1963 wordt elke raad van de Orde bijgestaan door een rechtskundig assessor en door één of meerdere plaatsvervangend rechtskundig assessoren, door de Koning benoemd. De plaatsvervangend rechtskundig assessor vervangt de rechtskundige assessor wanneer deze verhinderd is; hij heeft dan dezelfde functie als deze laatste.
    De rechtskundige assessor heeft raadgevende stem. Hij heeft het recht de raad zowel als het bureau bijeen te roepen.



    Ongeacht de opdrachten die hen door of krachtens de wet ter beschikking worden gesteld, is het verboden voor de rechtskundige assessoren en hun plaatsvervangers,:

    • te pleiten voor de Raden van de Orde en de Raad van beroep van de Orde en leden of kandidaat-leden te adviseren in dossiers behandeld door de Raden of in dossiers die ertoe ontvankelijk kunnen zijn ;
    • raad te geven aan een persoon en te pleiten ten voordele van deze persoon in het kader van een geschil met de Orde ;
    • raad te geven en te pleiten ten voordele van de Orde ;
    • Raad te geven of te pleiten ten voordele van effectieve leden of plaatsvervangende leden van de Raden van de Orde en de Raden van beroep in de dossiers behandeld door deze Raden of hiertoe ontvankelijk kunnen zijn.


    HOOFDSTUK 2: NATIONALE RAAD VAN DE ORDE


    SECTIE 1: NATIONALE RAAD


    Artikel 27 : Samenstelling
    De Nationale Raad wordt samengesteld overeenkomstig artikel 34 van de wet van 26 juni 1963.


    De leden van de Nationale Raad zijn de schakel tussen de Nationale Raad en de afdeling en de provinciale raad waartoe ze behoren of de openbare sector op grond waarvan ze werden afgevaardigd.


    Ze vertegenwoordigen niet de beroepsorganisaties waarvan zij lid zijn.


    Artikel 28 : Plaatsvervanging
    Elk plaatsvervangend lid kan slechts het effectief lid, aangeduid door de raad van de Orde die hem koos, vervangen.


    Artikel 29 : Verkiezingen in de schoot van de Nationale Raad
    Tijdens de eerste zitting worden een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter, een secretaris en een adjunct-secretaris verkozen, volgens artikel 36 van de wet van 26 juni 1963.


    Artikel 30 : Voorzitter van de Nationale Raad
    § 1. De voorzitter roept de raad bijeen en zit de vergaderingen voor; hij leidt de debatten.


    § 2. Krachtens artikel 37 van de wet van 26 juni 1963 treedt de Nationale Raad voor de Orde op, zowel in rechte als om te bedingen of zich te verbinden. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn voorzitter of zijn plaatsvervangend voorzitter. In andere omstandigheden mag de Nationale Raad zich door een van zijn leden laten vertegenwoordigen


    § 3. Samen met de secretaris of de adjunct-secretaris, ondertekent hij de briefwisseling van de Nationale Raad, behoudens door hen verleende volmacht.


    Artikel 31 : Plaatsvervangend voorzitter
    De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter in geval van verhindering van deze laatste.


    Artikel 32 : Secretaris en adjunct-secretaris
    De secretaris of de adjunct-secretaris ondertekent, samen met de voorzitter, de briefwisseling van de Nationale Raad, behoudens door hen verleende volmacht.


    Zoals voorzien in artikel 46 van de wet van 26 juni 1963 ondertekenen de secretarissen samen met de voorzitter, de notulen van de Nationale Raad.


    Artikel 33 : Rechtskundig assessor
    De Nationale Raad wordt bijgestaan door een rechtskundig assessor en een plaatsvervangend rechtskundig assessor, door de Koning benoemd, zoals bepaald in artikel 34 van de wet van 26 juni 1963.


    Artikel 34 : Bevoegdheden
    De Nationale Raad heeft de bevoegdheden voorzien in de artikelen 37, 38 en 39 van de wet van 26 juni 1963 evenals deze vermeld in de artikels 17 §2, 26, vierde alinea en 49 §1 van dezelfde wet.


    Bovendien beslist de Nationale Raad over het verlenen van decharge aan de penningmeesters na kennis genomen te hebben van het verslag van de bedrijfsrevisor en van de begrotingscontroleurs.


    Artikel 35 : Bijeenroepingen en vergaderingen
    § 1. De Nationale Raad wordt bijeengeroepen door zijn voorzitter of door de plaatsvervangend voorzitter.


    In uitzonderlijke omstandigheden kan hij ook bijeengeroepen worden door een groep van mandatarissen die minstens een vierde van de leden van de Nationale Raad vertegenwoordigt.


    § 2. De uitnodigingsbrief vermeldt de dagorde; hij moet, behalve bij hoogdringendheid, minstens drie vrije dagen op voorhand toegezonden worden.


    § 3. De dagorde wordt vastgesteld door de voorzitter van de Nationale Raad en de secretarissen-generaal op grond van de voorstellen uitgaande van de afdelingen van de Nationale Raad.


    § 4. Ieder lid van de Nationale Raad kan schriftelijk, met bijvoeging van een rechtvaardigingsnota, de inschrijving vragen van een punt op de dagorde van de eerstkomende zitting. De Nationale Raad beslist om dit punt al dan niet op de dagorde te plaatsen.


    Artikel 36 : Aanwezigheden
    § 1. De effectieve leden zijn ertoe gehouden aan de zittingen van de Nationale Raad deel te nemen. In geval van verhindering moeten zij de voorzitter daarvan in kennis stellen, en zelf het initiatief nemen om beroep te doen op hun plaatsvervanger. Ingeval ook de plaatsvervanger zou verhinderd zijn, moet deze laatste dit melden aan de voorzitter van de Nationale Raad.


    § 2. Bij het begin van elke zitting en vóór elke beraadslaging, gaat de voorzitter na of het door artikel 36 van de wet van 26 juni 1963 voorziene quorum der aanwezigheden bereikt is. Dit quorum is bereikt voor zover twee derden van de leden aanwezig zijn. De Nationale Raad beraadslaagt evenwel geldig, na een tweede bijeenroeping, wat het aantal aanwezige leden ook is.


    Artikel 37 : Beslissingen

    §1. Krachtens artikel 46 van de wet van 26 juni 1963 worden de beslissingen van de Nationale Raad genomen met meerderheid van stemmen der aanwezige leden. Bij staking van stemmen wordt het voorstel niet aangenomen. De stemmen worden geteld door de rechtskundige bijzitter van de Nationale Raad of diens plaatsvervanger.


    §2. De voorzitter van de Nationale Raad of diens plaatsvervanger kondigt de opening van de stemming aan. De stemming gebeurt in beginsel bij handopsteking. Ieder stemgerechtigd lid van de Nationale Raad kan vragen dat de stemming op geheime wijze geschiedt. De Nationale Raad gaat over tot geheime stemming wanneer vier bijkomende stemgerechtigde leden zich bij deze vraag aansluiten.


    §3. De geheime stemming gebeurt aan de hand van stembiljetten. Deze stembiljetten worden ter beschikking gesteld door de rechtskundige bijzitter van de Nationale Raad of diens plaatsvervanger en zijn uniform qua grootte en vorm.


    Artikel 38 : Notulen van de Nationale Raad
    §1. Krachtens artikel 46 van de wet van 26 juni 1963 worden van de beraadslagingen van de Nationale Raad notulen opgesteld. Daarin worden beknopt de ter behandeling voorgelegde zaken vermeld, evenals de voornaamste uitgebrachte meningen en de uitslag der stemmingen.


    §2. De notulen worden opgesteld door een of meerdere leden van het administratief personeel in volledige onafhankelijkheid en onder hun uitsluitende verantwoordelijkheid.


    §3. Behoudens op uitdrukkelijk verzoek worden de leden niet bij naam vermeld.


    §4. De notulen worden overgemaakt aan de effectieve leden van de Nationale Raad, aan de Juridisch assessor en aan de Regeringscommissaris, alsook aan de plaatsvervangende leden die aan de zitting deelnamen. Tijdens de volgende zitting worden de notulen aan de Nationale Raad ter goedkeuring voorgelegd. Slechts de leden die aanwezig waren op de betreffende zitting nemen deel aan de stemming.


    §5. Overeenkomstig voornoemd artikel 46 worden de notulen ondertekend door de Voorzitter van de Nationale Raad en de secretaris van iedere afdeling.


    SECTIE 2 : AFDELINGEN VAN DE NATIONALE RAAD VAN DE ORDE


    Artikel 39 : Samenstelling
    Zoals voorzien in artikel 46 van de wet van 26 juni 1963 omvat de Nationale Raad twee afdelingen, een Franstalige en een Nederlandstalige, die afzonderlijk of gezamenlijk kunnen beraadslagen.


    Artikel 40 : Huishoudelijke reglementen van de afdelingen
    Elke afdeling stelt een eigen huishoudelijk reglement vast waarin de interne werking wordt vastgelegd, onverminderd de geldende wettelijke bepalingen of het huidige Huishoudelijk Reglement.


    Artikel 41 : Bevoegdheden
    § 1. De afdelingen spreken zich uit over alle aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheden van de Nationale Raad.


    § 2. Ze hebben een plicht tot wederzijdse communicatie en beraadslaging voor alle aangelegenheden die een invloed kunnen hebben op de uitoefening van het beroep


    §3. Ze kunnen niet in eigen naam overeenkomsten afsluiten volgens artikel 37 van de Wet van 26 juni 1963.


    Artikel 42 : Voorzitterschap
    Het voorzitterschap en het ondervoorzitterschap van de Nederlands- en Franstalige afdelingen worden geregeld door artikel 36 van de wet van 26 juni 1963, dat luidt als volgt: (al. 3 en 4): “De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, alsook de secretaris en de adjunct-secretaris, zijn van rechtswege voorzitter en secretaris van de afdeling onder dewelke de raad van de Orde waartoe zij behoren, ressorteert. Iedere afdeling kiest onder haar leden een ondervoorzitter".


    Artikel 43 : Verkiezingen in de schoot van de afdelingen.
    Tijdens de eerste zitting gaat iedere afdeling in zijn schoot over tot de verkiezing van een ondervoorzitter en van een penningmeester.


    Artikel 44 : Mandaten in de afdelingen Voorzitter van de afdeling
    Het huishoudelijk reglement van ieder afdeling preciseert verder de opdrachten van de voorzitter, ondervoorzitter, secretaris en penningmeester van de afdeling.


    Artikel 45 : Juridisch Assessor
    Overeenkomstig artikel 36 van de wet van 26 juni 1963 wordt elke afdeling bijgestaan door een
    juridisch assessor ; hij woont de vergaderingen van de afdeling bij.


    Artikel 46 : Secretaris-generaal van de afdeling
    § 1. Elke afdeling heeft een secretaris-generaal waarvan de opdrachten en bevoegdheden vastgelegd worden in het huishoudelijk reglement van zijn afdeling.


    § 2. De secretarissen-generaal van elke afdeling zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de interne werking van de administratieve diensten van de Nationale Raad.


    § 3. De secretarissen-generaal waken over de onderlinge communicatie en beraadslaging tussen de afdelingen over alle aangelegenheden die een invloed kunnen hebben op de uitoefening van het beroep.


    SECTIE 3: COMMISSIES EN WERKGROEPEN


    Artikel 47 : Oprichting
    Elke afdeling van de Nationale Raad kan een of meerdere commissies of werkgroepen instellen, volgens de modaliteiten vastgesteld door het Huishoudelijk Reglement van de afdeling.


    Artikel 48 : Samenstelling, opdracht, termijnen, budget
    § 1. De samenstelling, de opdracht, de termijnen en het budget van de commissies en werkgroepen van de afdelingen worden geregeld in het Huishoudelijk Reglement van elke afdeling.


    § 2. De samenstelling, de opdracht, de termijnen en het budget van de werkgroepen die in overleg tussen de beide afdelingen handelen worden geregeld door elke afdeling.


    § 3. De samenstelling der commissies en werkgroepen kan worden herzien bij elke vernieuwing van de Nationale Raad.

     


     

    HOOFDSTUK 5: RADEN VAN BEROEP


    SECTIE 1: ORGANISATIE VAN DE RADEN VAN BEROEP


    Artikel 49 : Samenstelling
    De raden van beroep worden samengesteld overeenkomstig de artikelen 27 tot 33 van de wet van 26 juni 1963.


    De wijze van aanduiding en vervanging van de leden der raden van de Orde in de raden van beroep, wordt geregeld door de artikelen 33 tot 37 van het Koninklijk Besluit van 31 augustus 1963.


    Iedere raad van beroep bestaat uit drie raadsheren, magistraten van de zetel in een hof van beroep, effectief, emeritus of honorair, door de Koning aangewezen, alsook uit drie plaatsvervangende raadsheren, aangewezen onder dezelfde voorwaarden.


    Elke raad van beroep bestaat bovendien uit drie effectieve leden en hun plaatsvervangers, alsook uit het effectief lid en zijn plaatsvervanger die een lid van de raad van beroep vervangen in het geval van de onverenigbaarheid bedoeld in artikel 28, 5de lid, van de wet van 26 juni 1963.


    De leden van de raden van beroep worden bij loting aangewezen onder de leden der raden van de Orde, op de wijze aangeduid in de artikelen 33 tot 37 van het Koninklijk Besluit van 31 augustus 1963.


    De gewone en plaatsvervangende leden van de Nationale Raad kunnen evenwel geen deel uitmaken van een raad van beroep.


    Artikel 50 : Ontslag
    Het ontslag van de leden van de raden van beroep die niet door de Koning zijn benoemd wordt geregeld door artikel 43 van de wet van 26 juni 1963.


    Artikel 51 : Voorzitterschap
    Elke raad van beroep wordt voorgezeten door een lid magistraat, gekozen volgens de regels van voorrang die in de magistratuur worden toegepast.


    Artikel 52 : Griffier
    Elke raad van beroep wordt bijgestaan door een griffier en een plaatsvervangend griffier, die benoemd worden op de wijze aangeduid in artikel 28 van de wet van 26 juni 1963.


    SECTIE 2: WERKING VAN DE RADEN VAN BEROEP


    Artikel 53 : Territoriale bevoegdheid
    De territoriale bevoegdheid van de raden van beroep wordt bepaald door artikel 27 van de wet van 26 juni 1963.


    Artikel 54 : Bevoegdheden
    De bevoegdheden van de raden van beroep zijn vastgesteld door volgende bepalingen:


    -artikel 31, 1ste lid, van de wet van 26 juni 1963: beroepen ingesteld tegen de beslissingen die de raden van de Orde hebben uitgesproken op grond van:


    a) artikel 17 (beslissingen die uitspraak doen over de aanvragen tot inschrijving op het tableau van de Orde en op de lijst van stagiairs, of over de aanvragen tot machtiging),


    b) artikel 20 (beslissingen die uitspraak doen in tuchtzaken),


    c) artikel 61 (beslissingen die uitspraak doen over betwistingen inzake anciënniteit);
    -artikel 31, 2de lid, van de wet van 26 juni 1963:


    a) aanvragen tot eerherstel (artikel 27, 4de lid, en artikel 42, § 2, van de wet van 26 juni 1963);


    b) vervallenverklaringen van mandaten van gekozen effectieve of plaatsvervangende leden van een raad van de Orde (artikel 44, laatste lid);


    c) tuchtstraffen toepasbaar voor ongewettigde afwezigheid op twee achtereenvolgende vergaderingen, van een gekozen lid van een raad van de Orde of van een lid van een raad van beroep (art. 45);


    -artikelen 51 en 52 van de wet van 26 juni 1963: hoger beroepen ingesteld tegen de beslissingen die de raden van de Orde hebben uitgesproken inzake verlenging van stage, inzake gehele of gedeeltelijke vrijstelling van stage, of inzake weglating van de lijst van stagiairs;


    -artikelen 26 en 27 van het koninklijk uitvoeringsbesluit van 31 augustus 1963: hoger beroep ingesteld tegen het resultaat van de stemming waartoe werd overgegaan in verband met de verkiezingen georganiseerd met het oog op de samenstelling van de raden van de Orde;


    -artikel 40, 2de lid, van het koninklijk uitvoeringsbesluit van 31 augustus 1963: wraking van leden van een raad van de Orde (in de gevallen en volgens de vormen zoals bepaald in artikel 24, § 2, van de wet van 26 juni 1963, en artikelen 38 tot 40 van het Koninklijk Besluit van 31 augustus 1963).


    Artikel 55 : Bijeenroepingen en vergaderingen
    De raden van beroep worden bijeengeroepen in de voorwaarden en volgens de modaliteiten aangeduid in artikel 30 van de wet van 26 juni 1963.


    Artikel 56 : Aanwezigheden en beraadslagingen
    Bij de aanvang van elke zitting van een raad van beroep, gaat de voorzitter na of het door de wet voorziene quorum van aanwezig heden bereikt is. De raden van beroep kunnen slechts beraadslagen indien twee derden van hun leden aanwezig zijn en indien zich onder hen minstens twee magistraten en twee leden van de Orde bevinden. Enkel in het geval dat aan bovengenoemde voorwaarden niet is voldaan, kan de raad van beroep een plaatsvervangend lid oproepen.