Home > Over de orde > Wetgeving m.b.t. de Orde > Juridische teksten

  •   

    WETGEVING M.B.T. DE ORDE



  • Koninklijk besluit van 31 augustus 1963 tot regeling van de toepassing van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten

    (B.S., 14 september 1963)

    Officiële Duitse vertaling: K.B. 8 december 1998 (B.S., 29 januari 1999).
    Gelet op de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten;
    Gelet op het advies van de Raad van State;


    Hoofdstuk I De raden van de Orde

    Afdeling 1 Samenstelling


    Art. 1


    1[Elke raad van de Orde van architecten is samengesteld uit zeven gewone en zeven plaatsvervangende leden.]1

    Wetshistoriek

    Vervangen bij art. 1 K.B. 13 april 1992 (B.S., 20 mei 1992).


    Afdeling 2 Inrichting van de verkiezingen


    Art. 2


    Het bureau van elke raad van de Orde, bijgestaan door één of twee andere door de voorzitter aangeduide leden van de raad, neemt de kiesverrichtingen waar.


    Art. 3


    De kiesverrichtingen geschieden ten zetel van de raad van de Orde. Al de leden van de Orde, die op de tabel ingeschreven zijn, mogen bij de kiesverrichtingen aanwezig zijn.


    Art. 4


    De verkiezingen geschieden ten minste twee maanden vóór het vervallen van het mandaat van de leden van de raad. Door de voorzitter van de Nationale Raad van de Orde worden dag en uren ervan vastgesteld. 1[Ten minste twee maand vóór de datum vastgesteld voor de verkiezing laat de voorzitter van de Nationale Raad van de Orde de aankondiging van de verkiezingen in het Belgisch Staatsblad bekendmaken.]1

    Wetshistoriek

    Gewijzigd bij art. 1 K.B. 7 april 1983 (B.S., 6 mei 1983), met ingang van 6 mei 1983 (art. 4).


    Art. 5


    Bij omzendbrief medegedeeld ten minste twee maand vóór de voor de verkiezing vastgestelde datum, verwittigt de voorzitter van elke raad van de Orde alle ingeschreven leden van de Orde nopens dag en uren vastgesteld voor de verkiezingen en bepaalt hij de uiterste datum voor het in ontvangst nemen van de kandidaturen.


    Art. 6


    Om ontvankelijk te zijn moeten de kandidaturen één maand vóór de voor de verkiezingen vastgestelde datum door ten minste tien leden-kiezers voorgedragen worden bij de voorzitter van de raad van de Orde. De kandidaturen worden bij de voorzitter ingediend, hetzij rechtstreeks tegen ontvangstbewijs, hetzij bij aangetekend schrijven.


    Art. 7

    Om geldig voorgedragen te worden, moet de kandidaat op de dag van de verkiezing voldoen aan de voorwaarden inzake verkiesbaarheid, bepaald in artikel 11 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten.


    Art. 8

    De kandidatuurstellingen moeten de naam, voornamen en woonplaats van de kandidaat aangeven, eveneens zijn diploma's en titels, en gebeurlijk de functie die hij uitoefent bij een openbaar bestuur. De kandidatuurstellingen worden ondertekend door de kiezers die de kandidaten voordragen, en vermelden tevens de aanvaarding door deze laatsten.


    Art. 9


    Indien het aantal door de kiezers voorgedragen kandidaten kleiner is dan het te verkiezen aantal, vult de voorzitter de lijst van de kandidaten aan door beroep te doen op de leden gekozen onder de oudste ingeschreven op de tabel, die geen lid zijn van de raad.


    Art. 10


    Ten minste vijftien dagen vóór de verkiezing brengt de voorzitter de kandidaturen ter kennis van de kiezers door het toezenden van het stembriefje dat tevens het aantal te verkiezen leden aanduidt.
    Het aldus aan de kiezer overgemaakt stembriefje vermeldt, in alfabetische volgOrde, de namen en gebeurlijk de hoedanigheden van de regelmatig voorgedragen kandidaten. 1[Elk stembriefje wordt op de keerzijde bekleed met het zegel van de raad en wordt rechthoekig in vieren gevouwen, met de stempel langs buiten]1.

    Wetshistoriek

    Gewijzigd bij art. 2 K.B. 7 april 1983 (B.S., 6 mei 1983), met ingang van 6 mei 1983 (art. 4).


    Art. 11


    1[De kiezers die hun stembriefje niet binnen de in artikel 10 bepaalde termijn mochten hebben ontvangen, halen dit uiterlijk vijf dagen vóór de verkiezing ten zetel van de raad af.]1

    Wetshistoriek

    Vervangen bij art. 3 K.B. 7 april 1983 (B.S., 6 mei 1983), met ingang van 6 mei 1983 (art. 4).


    Art. 12


    Het stembriefje wordt in een eerste omslag gestoken die opengelaten wordt en het volgende opschrift draagt:
    Raad van de Orde van Architecten van...
    Verkiezing van...


    Art. 13


    Een tweede omslag, eveneens open maar gefrankeerd, wordt bij de zending gevoegd en draagt het adres van de voorzitter ten zetel van de raad van de Orde evenals de vermelding “afzender”. Onder deze vermelding moet de kiezer in leesbare hoofdletters zijn naam, voornamen en woonplaats aangeven.


    Art. 14


    Dit alles wordt gesloten in een derde omslag voorzien van het adres van de kiezer en getekend door de voorzitter of de secretaris van de raad.


    Art. 15


    De stembriefjes, de daartoe benodigde omslagen en de frankeerzegels worden door de raad van de Orde bezorgd.


    Art. 16


    Op het stembriefje stipt de kiezer hoogstens zoveel kandidaten aan als er gewone en plaatsvervangende leden te kiezen zijn.
    De kiezer steekt dan het stembriefje, rechthoekig in vieren gevouwen, met de stempel langs buiten, opnieuw in de eerste omslag, sluit die omslag en steekt die dan in de omslag met het adres van de voorzitter van de Raad van de Orde. Op deze laatste omslag plaatst de kiezer zijn handtekening onder de vermelding van zijn naam.
    Deze beschikking moet voorkomen op het stembriefje zelf of moet uitgelegd worden in onderrichtingen die bij het stembriefje gevoegd worden.


    Art. 17


    De omslagen die het stembriefje bevatten worden afgegeven of toegestuurd aan de zetel van de raad van de Orde.


    Art. 18


    Op straf van weigering moet de omslag die het stembriefje bevat uiterlijk vóór het sluitingsuur van de stemming toekomen ten zetel van de raad, om het even of hij per post verzonden, door een bode gebracht of door de kiezer zelf wordt afgegeven.


    Art. 19


    Op de voor de verkiezing vastgestelde dag en uur overhandigt de voorzitter de ontvangen omslagen aan het bureau. Naarmate de stemming vOrdert, wordt de naam van elke kiezer door de secretaris aangestipt op de lijst die gediend heeft bij het verzenden van de stembriefjes. De buitenomslagen worden vervolgens geopend en de binnenomslagen met de stembriefjes worden ongeopend in een stembus gestoken.
    Wanneer al de stembriefjes in de stembus zijn, worden de buitenomslagen dadelijk vernietigd en wordt er overgegaan tot de stemopneming.

    Afdeling 3 De stemopneming


    Art. 20


    De omslagen die de stembriefjes bevatten worden uit de stembus genomen en geopend. De stembriefjes worden er uitgehaald, geteld en hun aantal wordt in het proces-verbaal van de stemming opgetekend. Indien een omslag verschillende stembriefjes bevat, worden deze als ongeldig beschouwd.


    Art. 21


    De voorzitter, of een door hem aangeduid lid, leest de stembriefjes achtereenvolgens luidop en de stemmen worden door de secretaris aangetekend.


    Art. 22


    Zijn ongeldig: de blancostembriefjes, de stembriefjes waarop de kiezer voor meer kandidaturen gestemd heeft dan er zetels te begeven zijn, de stembriefjes die een aanwijzing bevatten welke toelaat de kiezer te identificeren, de stembriefjes die niet de zegel van de raad dragen of die in vieren niet gevouwen zijn.


    Art. 23


    De ongeldige stembriefjes worden aan het proces-verbaal gehecht en afgetrokken van het totaal aantal stembriefjes.


    Art. 24


    De gewone en de plaatsvervangende leden van de raad van de Orde worden aangeduid volgens de modaliteiten vastgesteld in het artikel 9 van de wet. De uitslag van de stemming wordt onmiddellijk door de voorzitter bekendgemaakt.


    Art. 25


    Het proces-verbaal van de stemverrichtingen wordt in triplo opgemaakt. Onmiddellijk na het einde van de stemverrichtingen wordt één van de exemplaren aan de raad van beroep gezonden, het tweede aan de Nationale Raad van de Orde, en het derde wordt neergelegd in het archief van de raad van de Orde samen met de aangestipte kiezerslijst en met al de stembriefjes samengebracht in twee gesloten, gelakte en met het zegel van de raad beklede pakken. Een der pakken bevat de geldige stembriefjes, het andere bevat de ongeldige stembriefjes.

    Afdeling 4 Beroep


    Art. 26


    Elke kiezer bij de raad van de Orde kan beroep tegen de uitslagen van de stemming indienen binnen de acht dagen van de bekendmaking. Het beroep moet bij een ter post aangetekend schrijven gericht worden aan de voorzitter van de raad van beroep die volgens artikel 27 van de wet bevoegd is.


    Art. 27


    Binnen vijftien dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven, doet de raad van beroep, in laatste aanleg, uitspraak over het beroep.


    Art. 28


    Indien de verkiezing, geheel of gedeeltelijk wordt nietig verklaard, stelt de Nationale Raad de datum vast waarop de betrokken raad van de Orde tot nieuwe verkiezingen moet overgaan.

    Afdeling 5 Samenstelling van de bureaus


    Art. 29


    Na verloop van de bij artikel 26 bepaalde termijn van beroep tegen de verkiezingen van de raad, en tenminste acht dagen vóór het einde van het mandaat van het uittredend bureau, vergadert de nieuwe raad op initiatief en onder voorzitterschap van de uittredende voorzitter.


    Art. 30


    Op deze vergadering kiest de nieuwe raad in zijn schoot de drie leden van het bureau: eerst de voorzitter, daarna de ondervoorzitter, en ten slotte de secretaris. De verkiezingen geschieden bij afzonderlijke stemming en met de volstrekte meerderheid van het aantal geldige stemmen. De stemming is geheim; op straf van ongeldigheid mag ieder stembriefje slechts een enkele naam opgeven.


    Art. 31


    Onmiddellijk na elke stemming gaan de twee jongste leden van de raad over tot de stemopneming. De uitslagen worden onverwijld bekendgemaakt.


    Art. 32


    Indien geen enkele kandidaat de volstrekte meerderheid behaalt, gaat men over tot een herstemming tussen de twee kandidaten op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen wordt voorkeur gegeven aan de kandidaat die het langst op de tabel ingeschreven is, en bij gelijke anciënniteit wordt voorkeur gegeven aan de oudste in jaren.

    Hoofdstuk II Raden van beroep


    Art. 33


    De loting die in artikel 28 van de wet is voorgeschreven met het oog op de samenstelling van de raden van beroep, dient tot het aanwijzen van drie gewone leden en hun plaatsvervangers, en van het gewoon lid en zijn plaatsvervanger die een lid van de raad van beroep te vervangen zullen hebben als de in artikel 28, vijfde lid, bedoelde onverenigbaarheid zich voordoet.


    Art. 34

    Telkens als een mandaat van een gewoon of van een ter vervanging aangewezen lid van een raad van beroep of van een plaatsvervangend lid openvalt, heeft er loting plaats, op initiatief van de voorzitter van die raad en ten overstaan van de griffier of plaatsvervangende griffier.


    Art. 35


    §1
    Wanneer in de vacature van een mandaat van gewoon lid of van ter vervanging aangewezen lid van een raad van beroep moet worden voorzien, maakt de griffier eerst zoveel briefjes klaar als er raden van de Orde van het rechtsgebied van de raad van beroep zijn, met aftrek van de raden waarvan een lid reeds een mandaat van gewoon lid in de raad van beroep uitoefent. Op elk van die briefjes schrijft hij de naam van een raad van de Orde die niet in de raad van beroep vertegenwoordigd is.
    Hij vouwt elk briefje in vieren, steekt ze in een stembus en schudt ze door elkaar. De voorzitter haalt dan uit de stembus zoveel briefjes als er mandaten toe te kennen zijn. De uitgetrokken briefjes duiden de raad of de raden van de Orde aan waarin de door het lot aan te wijzen leden voor de raden van beroep moeten worden gekozen.
    §2
    Voor elke aldus aangeduide raad van de Orde, maakt de griffier vervolgens zoveel briefjes klaar als er gewone leden in die raden van de Orde zijn. Op elk briefje staat de naam van een van die leden. Hij vouwt elk briefje in vieren, steekt ze in een stembus en schudt ze door elkaar.
    Voor elke raad van de Orde, haalt de voorzitter twee briefjes uit de bus. Het eerste briefje geeft de naam van het gewoon lid, het tweede die van het plaatsvervangend lid.


    Art. 36


    Wanneer in de vacature van een mandaat van plaatsvervangend lid van een raad van beroep moet worden voorzien, wordt gehandeld zoals is aangegeven onder §2 van artikel 35, maar alleen voor de betrokken raad van de Orde. De voorzitter haalt echter slechts één briefje uit de bus. Dit geeft de naam aan van het verkozen lid.


    Art. 37


    Het proces-verbaal van de loting wordt door de griffier in duplo opgemaakt. Dadelijk na het einde van de verrichtingen wordt een exemplaar aan de Nationale Raad van de Orde gezonden. Het tweede wordt bewaard in het archief van de betrokken raad. De griffier geeft van de aanwijzingen schriftelijk kennis aan de raden van de Orde waartoe de door het lot aangewezen leden behoren.

    Hoofdstuk III Wraking


    Art. 38


    Het lid van de Orde dat uitgenodigd werd om te verschijnen voor een raad van de Orde of voor een raad van beroep en een lid van die raad wil wraken, dient zulks, vóór elk ander verweermiddel, onder opgaaf van redenen, te doen door een getekende akte die hij door deurwaarder moet doen betekenen of die hij onder ter post aangetekend omslag adresseert aan de secretaris van de raad als het gaat om de raad van de Orde, of aan de griffier als het gaat om de raad van beroep.
    Als het gaat over wraking van de secretaris van een raad van de Orde, wordt de akte van wraking aan de Voorzitter van die raad geadresseerd.


    Art. 39


    De akte van wraking zal onmiddellijk medegedeeld worden aan het gewraakte lid dat binnen de twee dagen, aan de geadresseerde van de wraking schriftelijk een verklaring moet afgeven houdende ofwel dat hij in de wraking berust ofwel dat en om welke redenen hij weigert zich te onthouden.


    Art. 40


    1[Binnen de drie dagen na het antwoord van het lid dat weigert zich te onthouden, of bij gebrek aan antwoord, wordt een afschrift van de akte van wraking en van de eventuele verklaring van het gewraakte lid door de secretaris aan de voorzitter van de raad van de Orde gezonden, als het gaat om wraking van een lid van de raad van de Orde, of door de griffier aan de voorzitter van de raad van beroep, als het gaat om wraking van een lid van de raad van beroep.
    De voorzitter zal de zaak voorleggen bij de raad die erover binnen de kortst mogelijke tijd zal beslissen bij meerderheid van stemmen. Het gewraakte lid mag zich niet onder de aanwezige leden bevinden. Van de beslissing wordt kennis gegeven aan hem die de wraking heeft ingediend en aan het gewraakte lid.]1

    Wetshistoriek

    Vervangen bij art. 2 K.B. 13 april 1992 (B.S., 20 mei 1992).


    Hoofdstuk IV Slot- en overgangsbepalingen


    Art. 41


    Binnen twee maanden te rekenen van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, gaan de provinciegouverneurs op verzoek van de Minister van Middenstand, over tot de eerste kiesverrichtingen voor de raden van de Orde overeenkomstig artikel 56 en volgende van de wet. Zij oefenen de bevoegdheden uit welke dit besluit aan de voorzitters van de raden van de Orde opdraagt; zij worden bijgestaan door de provinciegriffier en door twee personen die zij kiezen uit de ingeschrevenen in de kiezerslijsten voor de raad van de Orde van de provincie.


    Art. 42


    De termijnen voorzien door artikels 5, 6 en 10 van dit besluit worden, voor deze eerste kiesverrichtingen, respectievelijk herleid tot een maand, tot vijftien dagen en tot acht dagen.


    Art. 43


    Voorafgaand aan de eerste verkiezingen, zullen de provinciegouverneurs de ter provinciale griffier in de registers ingeschreven personen uitnodigen om de naam mede te delen van de provincie waar zij de hoofdzetel van hun activiteit hebben gevestigd voor het geval dat die provincie een andere is als die waar zij ingeschreven staan. Ingevolge die mededeling zullen die personen ingeschreven worden op de kiezerslijsten voor de raad van de Orde van de opgegeven provincie. De personen in de provincie Brabant ingeschreven of die verklaren dat zij de hoofdzetel van hun activiteit in Brabant hebben, zullen tevens uitgenodigd worden om de gemeente te bepalen waarin zij de hoofdzetel van hun activiteit hebben gevestigd.
    Bij gebreke aan antwoord, binnen de acht dagen, aan de uitnodiging van de provinciegouverneurs, worden de in de provinciale registers ingeschreven personen vermoed de hoofdzetel van hun activiteit te hebben gevestigd ter woonplaats die in hun inschrijving vermeld staat.


    Art. 44


    De processen-verbaal van de eerste verkiezingen, opgemaakt zoals gezegd in artikel 25 van dit besluit, zullen aan de Minister van Middenstand gezonden worden. Deze zal de exemplaren dan overmaken aan de overheid voor wie ze bestemd zijn zodra die overheidsorganen ingericht zijn.


    Art. 45


    De Minister van Middenstand zal de bevoegdheden van de Raad van beroep uitoefenen voor wat betreft de beroepen ingediend tegen de eerste kiesverrichtingen.


    Art. 46


    De kosten van de eerste verkiezingen worden op de Orde van architecten verhaald.


    Art. 47


    Onze Minister van Middenstand is belast met de uitvoering van dit besluit.