Home > Over de orde > Huishoudelijk reglement > Administratieve Organisatie

  •   

    TITEL 4 : ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE


  • Artikel 79 : ALGEMENE REGELS
    Elke afdeling legt in het eigen huishoudelijk reglement de regels vast die van toepassing zijn op het personeel dat onder haar bevoegdheid valt evenals op haar financieel en administratief beheer.


    Artikel 80 : overleg met het oog op de werking van de Nationale Raad
    De secretarissen-generaal van de afdelingen organiseren het overleg teneinde de administratieve werking van de Nationale Raad te verzekeren.




    HOOFDSTUK 1: PERSONEEL

    Artikel 81 : rol van de afdelingen
    De afdelingen van de Nationale Raad leggen het personeelskader vast met het oog op de goede werking van de Nationale raad, de afdelingen en de provinciale raden.


    Artikel 82 : rol van de Nationale Raad
    Aangezien krachtens artikel 37 van de wet van 26 juni 1963 de Nationale Raad voor de Orde optreedt, zowel in rechte als om te bedingen of zich te verbinden, dient de Nationale Raad het administratief personeel aan te werven dat nodig is ter vervulling van de taken van de Orde van architecten, op voorstel van de betrokken afdeling van de Nationale Raad.


    Gelet op voornoemd artikel bekrachtigt de Nationale Raad tevens de eventuele voorstellen van de afdelingen tot wijziging van het contractueel statuut van het personeel.




    HOOFDSTUK 2: FINANCIEN


    SECTIE 1: ALGEMENE BEPALINGEN


    Artikel 83 : verdeelseutel voor de vastlegging van de middelen en de uitgaven

    Aangezien de gevorderde jaarlijkse bijdrage gelijk moet blijven voor de architecten ongeacht de afdeling waaronder ze ressorteren, wordt de totale begroting van de Orde door de beide afdelingen samen vastgelegd met in acht name van de verdeelsleutel die in het onderhavige huishoudelijk reglement werd vastgelegd.


    Deze verdeelsleutel wordt berekend op basis van de verhouding van het aantal architecten ingeschreven in iedere taalrol zoals vastgesteld op 31 oktober van het jaar van opmaak van het budget. De verdeelsleutel wordt gehanteerd voor de respectieve ten laste neming van onkosten, uitgaven, investeringen en eigen acties van de Nationale Raad.


    Artikel 84 : rol van de penningmeesters
    § 1. De penningmeester van elke afdeling is verantwoordelijk voor het bijhouden van alle ontvangsten en uitgaven die door zijn afdeling van de Nationale Raad werden verricht.


    § 2. De penningmeesters van de beide afdelingen zijn samen verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Nationale Raad.


    § 3. Elke afdeling kan in haar eigen huishoudelijk reglement de grenzen bepalen waarbinnen een eventuele delegatie van bevoegdheden kan worden verleend.


    § 4. Ze leggen aan de Nationale Raad de rekeningen voor met betrekking tot het beheer van de boekhouding van hun afdeling.


    § 5. De Nationale Raad zal slechts overgaan tot het verlenen van decharge aan de penningmeesters na kennis genomen te hebben van het verslag van de bedrijfsrevisor en van de begrotingscontroleurs.


    SECTIE 2 : INKOMSTEN VAN DE ORDE

     

    Art. 85 : bijdragen

    § 1 De bijdragen worden door de afdelingen van de Nationale Raad ontvangen voor rekening van de Orde van architecten. Het bedrag ervan wordt jaarlijks vastgesteld door de Nationale Raad, die dit verhoudingsgewijs verschillend kan bepalen naar de datum van inschrijving op het tableau of op de lijst van stagiairs gedurende het lopende jaar. De bijdragen zijn eisbaar vanaf 1 januari van ieder jaar, en voor de leden die toetreden gedurende het jaar, vanaf de datum waarop zij worden ingeschreven op het tableau of op de lijst van stagiairs.

     

    § 2. De bijdragen moeten binnen dertig dagen na het verzoek om betaling vereffend worden. Niettegenstaande de mogelijkheid tot tuchtrechtelijke vervolgingen, zullen stappen worden ondernomen ten opzichte van de in gebreke gebleven architect, behoudens andersluidende gemotiveerde beslissing, om het bedrag in der minne te innen en daaropvolgend zullen gerechtelijke vervolgingen ondernomen worden.

     

    § 3. Elke bijdrage die aan de Orde is betaald, komt haar definitief toe, en haar teruggave kan noch in haar geheel, noch ten dele teruggevorderd worden, behoudens afwijkingen toegestaan door de Nationale Raad op voorstel van de betrokken raad van de Orde.

      

    Art. 86 : Betalingsfaciliteiten en vrijstelling

    De aanvragen tot betalingsfaciliteiten en vrijstellingen worden ingediend bij de betrokken Raad van de Orde binnen de voorziene termijn in artikel 85 ยง 2 en worden in eerste instantie onderzocht door de voornoemde Raad van de Orde.

    De praktische modaliteiten van aanvragen tot spreiding van betaling en vrijstelling worden bepaald in het huishoudelijk reglement van elke afdeling, wel te verstaan dat de Nationale Raad het enige bevoegde orgaan is om definitief uitspraak te doen over de aanvraag.

    Ingeval van gerechtelijke vervolgingen, wordt elk verzoek tot vrijstelling of betalingsfaciliteiten geacht door de Orde te zijn geweigerd. Het zal dan aan de rechter toekomen om gebeurlijk betalingsfaciliteiten toe te kennen, rekening houdende met de termijnen die reeds werden toegestaan.


    SECTIE 3 : BEGROTING


    Artikel 87 : Voorstellen van begroting
    Elke afdeling is verplicht haar ontwerp van jaarlijkse begroting en haar balans met de rekeningen voor te leggen aan en te laten goedkeuren door de Nationale Raad met inachtname van het gemeenschappelijk model dat door de Nationale Raad werd voorzien.


    Het ontwerp van begroting van de afdeling omvat de ontwerpen van begroting van de afdeling zelf, van de provinciale raden en van de raad van beroep die tot dezelfde taalrol behoren, evenals het aandeel van de afdeling in het ontwerp van begroting van de Nationale Raad.


    De afdelingen maken gezamenlijk het ontwerp van jaarlijkse begroting van de Nationale raad op; dit ontwerp van begroting wordt geïntegreerd in het ontwerp van begroting van de afdelingen.


    Artikel 88 : bekrachtiging van de begrotingen.
    De Nationale raad beslist over de ontwerpen van begroting van de beide afdelingen alsmede over de eigen begroting die samen de algemene begroting van de Orde uitmaken.


    Artikel 89 : goedkeuring van de jaarlijkse begroting
    Krachtens artikel 49, §1 van de wet van 26 juni 1963 is enkel de Nationale Raad gemachtigd om de begroting van elke afdeling goed te keuren.


    SECTIE 4: UITGAVEN


    Artikel 90 : ten laste neming van de uitgaven van de afdelingen.
    Elke afdeling neemt de uitgaven ten laste die werden voorzien in de eigen begroting en dit binnen de grenzen van de middelen die haar ter beschikking werden gesteld.


    Artikel 91 : ten laste neming van de gemeenschappelijke uitgaven.
    De gemeenschappelijke uitgaven worden begroot in de begroting van elke afdeling en ze worden samen gedragen door de beide afdelingen. Iedere afdeling draagt het gedeelte vastgelegd volgens de verdeelsleutel vastgelegd in artikel 83 van het onderhavige huishoudelijk reglement.


    SECTIE 5: CONTROLE


    Artikel 92 : Controle van de uitgaven

    § 1. De controle van de uitgaven van de Nationale raad en van de provinciale raden wordt trimestriëel georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de penningmeesters van elke afdeling.


    § 2. Elke afdeling organiseert trimestriëel in haar schoot en onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van haar penningmeester, een gedetailleerde controle van haar uitgavenstaten.


    § 3. Daarenboven voeren de beide penningmeesters elk trimester een controle uit op een eventuele budgettaire overschrijding van elke afdeling. Ze zijn gemachtigd om alle nodige uitleg te vragen aan de penningmeester van de andere afdeling en ze zijn gehouden de eigen afdeling hierover te informeren.


    § 4. Voor de uitgaven die betrekking hebben op de eigen begroting van de Nationale Raad, voeren de penningmeesters een gezamenlijke controle uit op de uitgavenstaten.


    SECTIE 5: CONTROLE


    Artikel 93 : Controle op de financiën en op de begroting van de Orde
    § 1. De Nationale Raad duidt een bedrijfsrevisor aan die belast wordt met de jaarlijkse controle en de audit van de boekhouding van de Orde. Hij maakt jaarlijks een controleverslag over aan de Nationale Raad.


    In voorkomend geval formuleert de bedrijfsrevisor aanbevelingen met betrekking tot de interne controle en de administratieve organisatie.


    § 2. Bovendien kan de Nationale Raad ten allen tijde iedere precisering vragen die hij nuttig oordeelt aangaande de financiële toestand van iedere raad en van elke afdeling. Hij kan in voorkomend geval één of meer van zijn leden opdracht geven om op het secretariaat van iedere Raad van de Orde de boekhouding na te zien. Die afgevaardigden mogen zich laten bijstaan door deskundigen die de Nationale Raad aanwijst.


    § 3. Bij de goedkeuring van de jaarlijkse begroting duidt de Nationale Raad twee van zijn leden aan die worden belast met de controle op de uitvoering van deze begroting. Zij verifiëren in het bijzonder de imputaties van de inkomsten en uitgaven en zij gaan na dat de uitgaven binnen de perken blijven zoals die in de goedgekeurde begroting werden vastgesteld.


    Bij het jaarlijks onderzoek van de rekeningen door de Nationale Raad leggen de begrotingscontroleurs een verslag neer.


    Artikel 94 : Staat van inkomsten en uitgaven
    Iedere afdeling maakt, volgens een typeformulier vastgesteld door de Nationale Raad, jaarlijks de staat van inkomsten en uitgaven over het verstreken boekjaar op van de afdeling, van de provinciale raden en van de raad van beroep van de overeenstemmende taalrol.


    Dat document wordt aan de Nationale Raad overgemaakt.


    SECTIE 6: FINANCIËLE VERPLICHTINGEN VAN DE ORDE


    Artikel 95 : Vergoedingen voor de leden van de raden
    De leden van de onderscheiden raden, ingesteld in de schoot van de Orde, zijn verplicht hun ambt te vervullen met als enige betrachting bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Orde van architecten.


    Zij hebben evenwel recht op een redelijke vergoeding voor hun werkzaamheden voor rekening van de Orde en voor de kosten daardoor veroorzaakt.


    De bedragen en de modaliteiten van deze vergoedingen worden voor de eigen leden vastgelegd in het huishoudelijk reglement van elke afdeling.


    Artikel 96 : Zitpenningen
    De leden van de raden, de rechtskundige assessoren en hun plaatsvervangers, evenals alle leden van de Orde die vergaderingen van raden, bureaus, commissies of werkgroepen bijwonen, hebben recht op een zitpenning, en, in voorkomend geval, op een vergoeding voor de duur van de verplaatsing, waarvan het bedrag wordt vastgesteld, naargelang het geval, door de afdelingen van de Nationale Raad voor de organen waarvan deze personen afhangen, of gezamenlijk voor de gemeenschappelijke organen.


    Artikel 97 : Vergoedingen
    De afdelingen leggen de eventuele vergoedingen vast voor personen die door de overheden van de Orde met een opdracht worden belast.


    Artikel 98 : Terugbetaling van kosten
    § 1. De afdelingen van de Nationale Raad leggen de regels vast voor de vergoeding van verplaatsingskosten gemaakt met het oog op het bijwonen van vergaderingen van raden, bureaus,
    commissies en werkgroepen, of wegens de uitvoering van een opdracht van de overheden van de Orde.


    § 2. Deze kosten en uitgaven worden op gedetailleerde en eensluidend verklaarde staten ingeschreven.
    Artikel 99 : Getuigenvergoeding
    De personen opgeroepen door de raad om in een tuchtprocedure te komen getuigen kunnen, op hun aanvraag, terugbetaling verkrijgen van hun behoorlijk verantwoorde reiskosten, naar de voorwaarden gesteld door de Nationale Raad.




    HOOFDSTUK 3: LOKALEN


    Artikel 100 : Lokalen
    De Nationale Raad is gehouden ervoor te zorgen dat de onderscheiden raden ingesteld in de schoot van de Orde beschikken over de lokalen die nodig zijn voor hun goede werking. Daartoe kan de Nationale Raad, in toepassing van artikel 37 van de wet van 26 juni 1963 die bepaalt dat de Nationale Raad voor de Orde optreedt, zowel in rechte als om te bedingen of zich te verbinden huurovereenkomsten aangaan betreffende gebouwen of gedeelten van gebouwen bestemd tot huisvesting van de administratieve diensten van de onderscheiden raden, of hij verwerft de nodige onroerende goederen indien hij zulks voordelig acht.