Untitled Document

Home > Voor de architect > Beroep uitoefenen > Als natuurlijke persoon

Untitled Document
  •   

    BEROEP UITOEFENEN ALS NATUURLIJKE PERSOON


  • Ten overstaan van de Orde moet u een keuze maken wat betreft het statuut in het kader waarvan u uw beroep
    uitoefent: zelfstandige, ambtenaar of bezoldigde. Deze keuze van statuut is te allen tijde omkeerbaar; de architect is echter wel verplicht iedere wijziging van zijn statuut onmiddellijk aan zijn Raad van de Orde mee te delen.

    Het reglement van beroepsplichten (K.B. van 18 april 1985) bepaalt in zijn artikels 4 tot 8 de verschillende
    mogelijkheden van statuut gebonden aan het beroep van architect. We merken op dat deze door de plichtenleer bepaalde statuten niet mogen verward worden met het sociaal statuut. Het standpunt van de plichtenleer heeft
    betrekking op de verbanden die kunnen bestaan in het kader van de opdracht van architect. Het is dus niet
    verwonderlijk dat een architect-leraar - nochtans deeltijds ambtenaar - beschouwd wordt als zelfstandige, net als dit
    het geval is voor de architect-bezoldigde van de vennootschap die hij heeft opgericht om fiscale of beheersredenen.

    Zelfstandige architect

    De zelfstandige architect oefent zijn beroep voltijds of deeltijds uit buiten ieder publiekrechtelijk statuut of dienstbetrekking, ofwel alleen, of als medewerker van één of meer op het tableau van de Orde of op een lijst van
    stagiairs ingeschreven personen, of in een professionele burgerlijke vennootschap of in een vereniging.

    De architect die een vereniging of vennootschap wenst aan te gaan, mag zich echter slechts binden indien de Raad
    van de Orde heeft bevestigd dat het contract of de statuten in overeenstemming zijn met de voorwaarden bepaald
    door de Nationale Raad.

    Architect-ambtenaar

    De architect-ambtenaar is aangeworven, vast, contractueel of benoemd als architect door een openbare dienst zoals
    de Staat, een gewest, een provincie, een gemeente, een intercommunale, een openbare instelling of een parastatale instelling.

    De wet van 20 februari 1939 voorziet in zijn artikel 5:
    De ambtenaars en beambten van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen mogen, buiten
    hun functies, niet als architect optreden.

    Een architect-ambtenaar die halftijds werkt, zal dus niet bijkomend als zelfstandig architect mogen werken, zelfs indien deze activiteit niets te maken heeft (geografisch bijvoorbeeld) met zijn activiteit als ambtenaar (wat overdreven kan lijken).
    Van die bepaling wordt afgeweken ten behoeve van de architecten die een der voornoemde hoedanigheden slechts verkrijgen op grond van een onderwijstaak voor een vak dat verband houdt met de architectuur of de bouwtechniek. Opmerking: dezelaatsten worden in feite door de plichtenleer beschouwd als zelfstandige architecten.
    Van die bepaling wordt eveneens afgeweken ten voordele van de architectenambtenaren die de plannen van hun persoonlijke woning willen opstellen en ondertekenen en toezicht willen uitoefenen op de desbetreffende bouwwerken.

    Architect-bezoldigde

    De architect-bezoldigde oefent het beroep geheel of ten dele uit in dienst van een natuurlijke of rechtspersoon in het raam van een arbeidsovereenkomst voor bedienden.


    Hij kan zijn beroep niet als zelfstandige uitoefenen dan met het akkoord van zijn werkgever en met de voorafgaande machtiging van de Raad van de Orde die beslist, rekening houdende met de elementen eigen aan de zaak, inzonderheid met de beschikbaarheid van de architect in functie van de prestaties voorzien in zijn arbeidscontract.